Veiligheidsregels

Als wielervereniging hebben wij veiligheid hoog in het vaandel staan. Om onze veiligheid en die van onze mede weggebruikers te kunnen waarborgen, hanteren wij onderstaande spelregels.

Het (toer)fietsen in een groep vraagt om een goede concentratie, de nodige voorzichtigheid en oplettendheid, zeker in het begin van het seizoen wanneer nog niet iedereen aan elkaar gewend en gewaagd is. De snelheid van een toerfietser ligt gemiddeld twee keer zo hoog dan die van een “gewone” fietser. Dit maakt dat onze medeweggebruikers onze snelheid vaak fout inschatten. Hier moeten we als toerfietser dus rekening mee houden en we moeten er op anticiperen om ongelukken te voorkomen. Scheldkanonnades naar andere weggebruikers helpen slechts zelden. Een vriendelijk woord voor iedereen die je passeert doet meer goed voor het toerfietsen dan een agressieve reactie, in welke vorm dan ook!

Speciaal voor het fietsen in een groep zijn er afspraken gemaakt om elkaar te waarschuwen voor gevaarlijke situaties.

We roepen:

“VOOR” als er zich een voorwerp of weggebruiker voor ons aan de rechterzijde van de weg bevindt, die we willen passeren en waar dus ruimte voor moet worden gemaakt.

“ACHTER”    als een snellere weggebruiker ons van achteren nadert en ons wenst in te halen

“TEGEN”      ingeval van een tegenligger

“DIMMEN”    als snelheid moet worden geminderd

“LET OP”     algemene waarschuwing in druk verkeer, onoverzichtelijke situaties bij kruisingen etc. Dit is vaak een teken om het tempo te verlagen.

“PAALTJE”   spreekt voor zich…

“RITSEN”      dan voegt de buitenste fietser in achter de binnenste fietser

 

Handtekens:

Een zijdelingse armbeweging van naast het lichaam naar de rug betekend: voor of tegen, al naar gelang de linker of rechter arm wordt gebruikt. Een opgestoken arm en hand betekend: Let op vaart minderen!

Wanneer iedereen goed oplet en in de groepen ook de moeite neemt zijn of haar medefietsers voor optredende gevaren te waarschuwen, dan werken we allemaal mee aan zo veilig mogelijk fietsseizoen.

De wegkapitein bepaalt de route die we samen fietsen. Zijn of haar instructies moeten worden opgevolgd. Verder geldt: “Samen uit, samen thuis” Dit betekent dat we op elkaar wachten bij pech of wanneer iemand even op adem moet komen.

Het “draaien” tijdens het fietsen gaat als volgt: Er wordt twee aan twee gefietst, elke twee kilometer, of eerder als deze afstand te groot is, verplaatst de fietser die linksvoor in de groep fietst zich naar de plek vóór zijn rechter buurman/vrouw. De rest van de groep sluit vervolgens aan.